Of wel de verschrikkelijke Anobium punctatum in een helix lignea (Schroefdraad van Amerikaans notenhout). Met andere woorden een houtworm in een houtenworm. De museumworm oftewel de ”houtenworm” Is het onderdeel dat in een serinetorgeltje er voor zorgt dat het muziekcilindertje rond draait en muziek maakt, dus een onmisbaar onderdeel van het geheel.
Al eeuwen voorziet onze kleine “vrind” de houtworm menig meubelmaker, timmerman en restaurator van werk. Niemand weet wat de kaken van het larfje van deze kever allemaal vermorzeld heeft. Wie weet wat deze kleine monsters aan kunstschatten tot stof heeft doen laten wederkeren. Zoals bij in het wild levende roofdieren vallen er slachtoffers. In dit geval zijn het museale collectiestukken. Maar in de loop der eeuwen heeft men verscheidene methoden ontwikkeld om de houtworm te bestrijden. De ene efficiënt, maar giftig, de ander schadelijk voor het stuk.
Het kost veel moeite om deze taaie rakker en zijn twee neven de boktor en de bonteknaagkever uit te roeien. De houtworm legt tussen de 20 a 60 eitjes in oude gangen en houtspleten, die vervolgens tussen de maanden mei en augustus uitvliegen en weer een gaatje in het hout achter laten. De ontwikkeling van ei naar kever duurt gemiddeld 3 jaar maar kan soms tussen de 1 tot 8 jaar duren afhankelijk van de omstandigheden. Waardoor de bestrijding er niet makkelijker op wordt. In ons museum gebeurt dit tegenwoordig met koolstofdioxide (CO2), een onschadelijk gas voor hout, lijmverbindingen en afwerkingslagen. Een gas dat de mens zelf uitademt. Hiervoor roepen we de hulp in van een op ongediertebestrijding gespecialiseerd bedrijf. Zij hebben speciale CO2 kamers die zij vol kunnen laten lopen met het gas. Er kan ook ter plaatse om de aangetaste stukken een soort aluminium ballon gemaakt worden.

Deze speciale aluminium stroken worden ter plekke aan elkaar gesmolten, zodat het een luchtdicht geheel wordt. Via een aanvoergat wordt het gas toegevoegd en via een afvoergat bovenop kan de lucht eruit ontsnappen, zodat de bel volledig met koolstofdioxide is gevuld. Dan blijft het geheel nog zo’n 6 weken staan. In de tussentijd wordt het CO2 gehalte gemeten, omdat uit het hout nog zuurstof kan komen. Als het zuurstof gehalte te hoog is geworden wordt er meer koolstofdioxide toegevoerd en zorgt men dat de zuurstof weer ontsnapt. Na 6 weken zijn alle eitjes en wormen die zich in het hout bevinden dood, alleen de gaatjes blijven! Meestal laten wij het hierbij, maar als de loopgraven van deze kleine ondergrondse vijand zich op cruciale functionerende onderdelen bevinden waardoor de werking onmogelijk is geworden, zal het vervangen moeten worden. Zo ook onze houten worm. Met “dank” aan de houtworm!
Restaurator Friedell ten Holt-Derksen