Veel mensen (vooral de mannelijke) hebben na een bezoek aan het atelier van het museum het sterke gevoel dat ze het verkeerde beroep gekozen hebben. Het is geweldig om over te brengen wat een mooi vak ik eigenlijk heb. Een keer per dag komt een groepje mensen voorbij om een kijkje te nemen in de werkplaats en dan proberen wij als restauratoren uit te leggen wat wij aan het doen zijn. Voor mijzelf is het de uitdaging om mensen te laten zien wat techniek eigenlijk is en hoe leuk dat kan zijn.
Toen ik nog een kind was, vond ik het altijd leuk om apparaten te slopen om te zien wat er in zit en te kijken hoe ze werken. Het mooie was dat vroeger in veel apparaten ook echt te zien was welke techniek gebruikt werd!! Tandwieltjes, veertjes (in een typemachine heel erg veel….), heveltjes, lichters en andere vreemd gevormde onderdelen lagen voor je en door met je vinger aan de ene kant te duwen gebeurde er aan de andere kant iets onverwachts. Vaak kwam het daarna niet meer goed met het apparaat (vooral de typemachine) maar het mechanische virus was gewekt.
Het idee dat je met in wezen simpele technieken iets moois kunt maken ontbreekt totaal in onze tegenwoordige apparaten. Als mijn zoon een apparaat sloopt komen er alleen maar groene platen uit met een soort stadsplattegrond aan staafjes, buisjes en vierkante spinnetjes, die veel kunnen maar niet bewegen en er dus maar weinig te ontdekken valt.
Als er dus een groep scholieren langskomt in het atelier en je laat ze zien dat je drie musicerende apen kunt maken met wat lichters, touwtjes en een houten stok met nokken (en veel tijd natuurlijk) dan gaat er een wereld voor ze open en daar doe je het voor. Want dat is mijn (onze) fascinatie, hoe kon men vroeger met eenvoudige technieken zulke slimme en degelijke apparaten maken?
Martin Paris, restaurator
|